Home/Op de camping, Terug in de tijd/Kamper’n jong, da moe’j primitief doon

Voor het eerst op vakantie

We waren twintig en gingen op de fiets op vakantie. Geen enkele fiets-, noch kampeerervaring: krantentassen op de bagagedrager, tentje geleend, luchtbedden, slaapzakken en ’n een-pitter om te koken. De tent was zo klein dat de tassen buiten moesten blijven staan. Ik kan uren praten over regen, wind tégen op alleen maar lange, rechte wegen maar laat ik jullie niet vervelen *lol*

zwartwit foto van tent en fietsen

Schuilen

De vijfde dag arriveerden we doorweekt op een camping in Zeeland terwijl de hemel al kilometers daarvoor was opengebroken. De mensen uit het oosten des lands, in de enorme bungalowtent naast ons, boden ons aan om binnen te schuilen. We keken onze ogen uit: Perzisch tapijt op de grond, posters op de tussenwandjes van de slaaptenten. Op het tafeltje in het midden lag een kleedje, er stond een vaasje met bloemen op. En er lag speelgoed op de grond. Toch waren deze twee van onze leeftijd en hadden ze geen kinderen.

Toen het droog was, zijn we ons tentje op gaan zetten, hebben gegeten en de omgeving verkend. ’s Avonds hoorde ik haar tegen hem mopperen: “Daar had ik toch ’t theeservies voor meegenomen!” Het éxtra servies!! Terwijl wij blij waren met die ene mok per persoon voor álles, tot en met de cup-a-soup.

zwartwit foto van tent met krantentassen

Onze lijfspreuk

De middag erna kwamen de wederzijdse ouders van de buurtjes op bezoek. Terwijl er een levendig gesprek gaande was, sprak een van de vaders de voor ons legendarische woorden: “Kamper’n jong, da moe’j primitief doon”. Wij weten niet of hij op dat moment naar ons tentje heeft gekeken of dat hij voldaan door de bungalowtent keek maar we hebben stiekem zitten lachen. Het is al die jaren onze vakantie-lijfspreuk gebleven.  Zelfs nu we al lang niet meer primitief kamperen.

Wat kan jij echt niet missen op de camping?